Rouille
Rouille (Frans, ‘roest’) is een saus van olijfolie, dat bestaat uit met broodkruim, knoflook, saffraan en chili pepers. Het wordt geserveerd als garnituur bij vis, vissoep en, met name, bouillabaisse. Rouille wordt meestal gebruikt in de keuken van de Provence.
Ingredienten:
1 sneetje witbrood ;(ca. 50 g), 100 mililiter vis- of groentefond, 1 kleine rode chilipeper, 4 knoflooktenen, 6-8 saffraandraadjes of 1/8 tl, saffraanpoeder, 100 mililiter extra vierge olijfolie, zout
Bereiding:
Ontkorst het witbrood en week het brood in stukjes ongeveer 5 minuten in de fond. Maak de chilipepers schoon, verwijder de pitjes en snijd de pepers klein. Pel en hak de knoflook.
Wrijf de saffraandraadjes tussen uw vingers fijn en meng ze met een beetje warm water. Pure er het mengsel met de knoflook en de chilipepers met de staafmixer of in de keukenmachine fijn. Knijp het brood uit en meng dat erdoorheen. Voeg de olijfolie eerst druppelsgewijs, later in een dun straaltje toe zodat een romige pasta ontstaat. Breng de rouille op smaak met zout. Rouille past bij alle vissoepen, maar oak bij gestoofde of gebakken groenten.
De pasta wordt fruitiger wanneer u nog 1/2 ontvelde en gepureerde rode paprika toevoegt.








Dat was lekkere rouille en zo gemaakt. Nooit meer gedoe met aangebroken potjes die dan weer over de datum gaan.
Gegeten met vissoep, stokbrood en kaas